Stichting Lachai-Roï
De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

One a Day

87 korte studies van Otis Q. Sellers, uitgebracht door het Word of Truth Ministry, vertaald door J.A. Hensen.

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

27 - Wat is de dood?

Denk eens na, als u wilt, over een positief Bijbels feit met betrekking tot de dood. De eerste keer dat hiervan sprake is in het Woord van God, wordt de dood genoemd als goddelijke straf waaraan Adam en Eva zouden worden onderworpen als zij ongehoorzaam waren aan het uitdrukkelijke verbod van God (Gen. 2:17). Kan, met het oog hierop, naar waarheid worden gezegd, dat de straf waarmee gedreigd werd, inhield dat zij door een deur zouden worden geduwd, waardoor zij in een groter en voller leven zouden komen. Toch is dat wat overblijft van het dreigement als de geliefde opvatting over de dood waar zou zijn.

Een volgend feit waarover we moeten nadenken is dat, nadat zij hadden gezondigd, de straf opnieuw geformuleerd werd met woorden die het duidelijk maken wat de straf werkelijk inhield. God heeft tegen Adam gezegd: ‘in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren’ (Gen. 3:19). Als iemand, gelet op deze woorden, gelooft dat Adam ergens anders is dan in de grond, waar hij wacht op de opstanding, dan gelooft hij niet in de duidelijke uitspraken van het Woord van God.

Hoewel gewoonlijk van de dood wordt gezegd dat het een scheiding inhoudt van ziel en lichaam, is het Bijbelse getuigenis dat de dood een terugkeer is, een terugkeer tot een vroegere toestand. Daarin wordt ons gezegd dat bij de dood ‘het stof wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft’ (Pred. 12:7). Dat kunnen we beter begrijpen als we de grote waarheden over schepping, dood en opstanding tezamen overdenken.

Bij de schepping heeft God stof uit de aardbodem genomen en hieruit heeft Hij een mens geformeerd. Deze mens was evenwel nog geen levende ziel. Vervolgens blies God de levensadem (de geest van de mens, dat wat bezield of levend maakt) in de neusgaten van de mens en daardoor werd de mens een levende ziel.

Bij de dood wordt dit proces omgekeerd en het stof keert weer terug tot de aardbodem, zoals het geweest is en de geest keert terug tot God die hem gegeven heeft. Hiermee houdt de mens dus op een levende ziel te zijn. De Bijbel zegt dat als God Zijn geest en Zijn adem helemaal terug zou nemen, alle vlees tezamen zou vergaan (Job 34:15).

Bij de opstanding wordt het feit van de dood omgekeerd. De mens wordt opnieuw uit de aardbodem genomen, de levensadem wordt opnieuw tot hem gezonden door God en de mens begint opnieuw als levende ziel.

Gods antwoord op de dood is de grote belofte van de opstanding. Wat de dood ook met een mens doet, de opstanding zal dat ongedaan maken. Wat de dood ook is, de opstanding is daarvan het tegengestelde. Daarom zal wat wij over de dood geloven geweldige invloed hebben op wat we geloven over de opstanding. Als we Gods waarheid over de dood aanvaarden, kunnen we verder gaan met Gods waarheid over de opstanding. Als we de populaire misvattingen over de dood accepteren, zullen we de waarheid over de opstanding moeten verminken om die te laten passen in onze opvattingen. Volgens de Bijbel is de dood een vijand. We kunnen er geen vriend van maken. Onze volgende boodschap zal gaan over DE REALITEIT VAN DE DOOD.

Otis Q. Sellers