Stichting Lachai-Roï
De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

One a Day

87 korte studies van Otis Q. Sellers, uitgebracht door het Word of Truth Ministry, vertaald door J.A. Hensen.

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

31 - De opstanding der doden

De verheven waarheid van de opstanding der doden is een goddelijke waarheid. We vinden deze niet in de menselijke religies, tenzij deze op een of andere manier in aanraking zijn geweest met het Woord van God. Deze waarheid is typisch voor de Bijbel.

In de traditionele theologie komen we steeds weer de zinsnede ‘de wederopstanding des vlezes’ tegen. Deze zinsnede komt niet voor in de heilige Schrift. De term die voortdurend in de Bijbel wordt gebruikt, is ‘de opstanding der doden.’ Dat leert ons dat de doden zullen worden opgewekt en niet alleen maar een of ander deel van de mens dat lichaam genoemd wordt.

Een belangrijk gedeelte dat met dit onderwerp te maken heeft, is het verslag over de dood, de begrafenis en de opstanding van Lazarus, zoals dat in het evangelie van Johannes, hoofdstuk 11, is vermeld. Hier geeft Johannes een gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen waarvan hij getuige is geweest.

Lazarus was ziek en zijn zusters, Maria en Martha, zonden een boodschap naar de Here Jezus aangaande zijn ziekte. Toen de Heer hiervan op de hoogte werd gebracht, verklaarde Hij dat deze ziekte niet ten dode was, maar ter ere Gods, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt zou worden.

Nadat twee dagen waren verstreken, kondigde de Here Jezus aan: ‘Lazarus, onze vriend, is ingeslapen, maar Ik ga daarheen om hem uit de slaap te wekken’ (Joh. 11:11). De discipelen vatten Zijn woorden verkeerd op, toen Hij de dood aanduidde als een slaap. Zij namen Hem letterlijk, maar voor een dergelijke verkeerde interpretatie is geen verontschuldiging. Niemand zou op reis gaan om een zieke man uit zijn slaap te wekken. De Heer corrigeerde hen onmiddellijk door duidelijk te zeggen: ‘Lazarus is gestorven’ (Joh. 11:14).

Toen de Here Jezus in Betanië aankwam, ontdekte Hij dat Lazarus ‘reeds vier dagen in het graf lag.’ Martha zei tegen Hem dat als Hij er eerder was geweest, haar broer niet gestorven zou zijn. Jezus zei tot haar: ‘uw broeder zal opstaan.’

Men lette erop dat het taalgebruik in dit hoofdstuk geheel in overeenstemming is met de Bijbelse waarheid over dood en opstanding. Lazarus was ziek, Lazarus was gestorven, Lazarus lag al vier dagen in het graf. Toen Martha over zijn dood sprak, had zij het over ‘mijn broeder’ en de Heer sprak over ‘uw broeder’ in verband met de opstanding. En als climax van de kracht van deze waarheid, riep de Heer met luider stem: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ Vervolgens luiden de geïnspireerde woorden: ‘de gestorvene kwam naar buiten’ (Joh. 11:43,44).

Veel mensen beweren dat zij geloven in de Bijbel en toch is het duidelijk dat zij maar heel weinig geloven van wat in dit hoofdstuk wordt vermeld. Zij geloven niet dat Lazarus dood was en zij geloven niet dat hij gedurende vier dagen in het graf was. Zij interpreteren dit allemaal alsof er sprake is van het lichaam van Lazarus en houden vol dat de echte Lazarus al die tijd in leven was. Maar zij doen alleen wat zwakke pogingen om te verklaren waar Lazarus dan was en wat hij heeft gedaan in die vier dagen.

Het feit is dat Lazarus dood was. De Bijbel verklaart: ‘de doden weten niets.’ Er wordt ons gezegd: ‘er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk’ (Pred. 9:5,10). Dat verklaart waarom Lazarus geen verslag heeft gegeven over zijn ervaringen in de toestand van de dood. Onze volgende boodschap zal over DE OPSTANDING VAN JEZUS CHRISTUS gaan.

Otis Q. Sellers