De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-Roï

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

78 - 
De Bijbel openbaart en spreekt over een persoonlijk God. Hij is geen onpersoonlijke kracht. Hij weet dat wij bestaan. Hij heeft ons lief en we kunnen Zijn liefde beantwoorden. Hij geeft om ons en we kunnen om Hem geven. Wij zijn in Zijn gedachten en we kunnen Hem in onze gedachten hebben. Hij merkt het op als we dat doen.

Als we spreken over een persoonlijk God, suggereren we niet dat Hij een menselijk wezen is. We bedoelen ermee dat Hij een persoonlijkheid is. Of, om het op een andere manier uit te drukken, onze God heeft persoonlijkheid. De persoonlijkheid van God wordt in de Bijbel geopenbaard. Daar vinden we het verslag van Zijn woorden, Zijn werken en Zijn wegen en daardoor kunnen we, met hulp van Zijn Geest, Hem leren kennen.

Persoonlijkheid is het onderscheidend element onder mensen. Het is de basis waarop wij onderscheid maken tussen de ene en andere mens. Als dat niet gebeurt op grond van persoonlijkheid, zouden twee mannen die evenveel wegen niets anders zijn dan twee pakketjes vlees. Zelfs een identieke tweeling wordt gemakkelijk onderscheiden door mensen die hun persoonlijkheid kennen. En net zoals persoonlijkheid het onderscheidend element is onder mensen, is de persoonlijkheid van God iets dat Hem onderscheidt van alle andere wezens.

Persoonlijkheid wordt geopenbaard en bekendgemaakt door uiteenlopende uitdrukkingen van de mens en op geen enkele andere wijze. Als iemand uitdrukking mist, mist hij persoonlijkheid. De uitdrukking van ons gezicht, de woorden die we spreken, de manier waarop wij handelen, wat we doen, de antwoorden die we geven, alles openbaart wat we zijn, dat is onze persoonlijkheid.

De Bijbel spreekt over stomme afgoden. Dat zijn afgoden die niets doen, niets zeggen, immobiel zijn. Onze God behoort daar niet toe. Hij is niet stom. Hij heeft gesproken. Hij mist geen uitdrukking. Hij heeft Zichzelf zichtbaar gemaakt, Hij heeft gehandeld, Hij heeft bewogen, Hij heeft persoonlijkheid. En laten we er goed op letten dat Zijn persoonlijkheid wordt ontdekt in Degene Die Hem openbaart, uitlegt en tot uitdrukking brengt – Degene die Yahweh was in het Oude Testament maar vlees is geworden en gezien wordt als de mens Christus Jezus in het Nieuwe Testament. Zoals een getrouwe vertaling van het oorspronkelijke Grieks verklaart:

Niemand heeft ooit God gezien. De enig-voortgebrachte God, Die bestaat in de boezem des Vaders, Die heeft Hem bekendgemaakt (Joh. 1:18).

In Jezus Christus zien we de Vader (Joh. 14:9). Hij is het beeld van de onzichtbare God (Col. 1:15). Door Hem kennen we de Vader (Joh. 14:7) en zonder Hem kan de Vader nooit worden gezien of gekend. Zijn eigen woorden waren: ‘niemand komt tot de Vader dan door Mij’ (Joh. 14:6).

In relatie tot anderen ben ik mijn uitdrukkingen. Mensen die mijn uitdrukkingen ontvangen, ontvangen mij; mensen die ze afwijzen, wijzen mij af. God is echter geen mens en Zijn Uitdrukking (Logos) lijkt niet op onze gevarieerde uitdrukkingen. Zijn Uitdrukking is een persoonlijkheid en deze persoonlijkheid moet op een of andere manier zonder twijfel God zijn, want anders kan deze Hem niet volledig tot uitdrukking brengen. In een meer getrouwe vertaling van Johannes 1:1 lezen we:

In den beginne was de Uitdrukking (Logos-Woord) en de Uitdrukking was met betrekking tot God en de Uitdrukking was God.


Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina