De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-Roļ

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

38 - 
Het is van het allergrootste belang dat mensen die aanspraak maken op de Here Jezus als hun Verlosser en erkennen dat Hij hun Heer is, ook positief geloven dat Jezus de Christus is. Dat is in feite zo belangrijk dat iemand niet als volwassen gelovige kan worden aangemerkt als hij dit inzicht en deze overtuiging niet heeft. De centrale waarheid van het evangelie is dat Jezus de Christus is en iemand die dit niet gelooft, kan niet geloven in het evangelie.
Het belang van het geloven dat Jezus de Christus is, maken we op uit het feit dat er in de voorzienigheid van God een tijd is gekomen waarin de reddingbrengende boodschap niet langer werd doorgegeven door middel van daartoe aangestelde mannen (apostelen) die een goddelijk geļnspireerde boodschap spreken, zoals zij deden in de periode die beschreven is in het boek Handelingen. De reddingbrengende boodschap van God, het evangelie dat een kracht Gods tot behoud is, moest worden opgeschreven in een geļnspireerd boek dat later door iedereen gelezen, door iedereen geloofd en door iedereen verkondigd kon worden. De opdracht om te schrijven werd gegeven aan een man, die Johannes heette en goddelijke inspiratie bracht een boek voort dat gewoonlijk het Evangelie van Johannes wordt genoemd. Tegen het einde van het boek vinden we een duidelijke uitspraak over het doel dat God had met het laten schrijven ervan.

Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam (Joh. 20:30,31).

Het meervoudige persoonlijk voornaamwoord ‘gij’ heeft in dit vers geen antecedent. Dit is een gebruikelijk literair middel waarmee de boodschap van toepassing wordt verklaard op iedereen die het leest. Het Evangelie van Johannes, het vierde boek van het Nieuwe Testament, werd door God geļnspireerd met als uiteindelijk doel dat mensen zullen geloven dat Jezus de Christus is. Aangezien een dergelijke uitspraak ten aanzien van geen enkel ander boek in de Bijbel is gedaan, is dit het meest belangrijke boek in de hele Schrift wat het geloven en het verkrijgen van de garantie van leven door Zijn naam aangaat.
Als we ernaar verlangen als gelovigen in Gods ogen aangemerkt te worden, moeten we ons op dit boek richten. Als we de zekerheid willen hebben van ‘leven in Zijn naam’ dan moet dit boek de juiste plaats innemen in ons leven, opdat het doel bereikt mag worden waarvoor het geschreven is. En om als gelovige aangemerkt te worden, om deze aanduiding waardig te zijn, moeten we bovenal deze waarheid aannemen en geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God.

Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina