De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-Roď

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

21 - 
In het Nieuwe Testament zijn de woorden voor geloof en trouw hetzelfde woord in het Grieks. De definitie die we geven van het een, moet dus ook worden toegepast op het andere. De Grieken konden veel meer doen met hun woord PISTIS dan wij met ons woord geloof. We moeten ons door de noodzaak om het op verschillende manieren te vertalen, niet in de war laten brengen. In elk gedeelte waarin we een vorm van geloof, trouw, of vertrouwen vinden, moeten we daarin de volle betekenis van het woord geloof lezen.
In de Bijbel is geloven eenvoudig God op Zijn Woord nemen en daarnaar handelen. Het antwoord daarop kan een fysieke daad zijn, zoals in het geval van Abraham toen God hem zei zijn land te verlaten. Of zijn daad waarover ons wordt gezegd ‘door het geloof vertrok hij, zonder te weten waar hij komen zou’ (Hebr. 11:8). Hij nam God op Zijn woord en handelde daar ook naar. Of het antwoord daarop kan mentaal zijn. Bijvoorbeeld: aangezien de Bijbel ons zegt dat God de mens heeft gemaakt uit het stof van de aarde, de levensadem in zijn neusgaten heeft geblazen en dat de mens zo een levende ziel werd (Gen. 2:7), wordt het een daad van werkelijk geloof als we God op Zijn woord nemen en daarop reageren door altijd aan Hem te denken als de Schepper van de mens en aan de mens als een levende ziel en niet als iemand die een ziel heeft. Het zal ons door God als een daad van geloof worden toegerekend als we dat doen.
Een indrukwekkende illustratie van geloof zien we in de daad van Petrus toen de Here Jezus gebruik maakte van zijn boot als podium waar vanaf Hij het volk onderwees. Toen Hij was gestopt, zie de Heer tot Petrus om uit te varen naar dieper water en daar de netten uit te zetten voor een vangst (Luc. 5:3,4). Petrus en zijn metgezellen waren ervaren vissers. Zij kenden de wateren en bezaten alle bekwaamheden die nodig zijn voor de commerciële visserij. Zij hadden de hele nacht al gezwoegd en niets gevangen en daarom zou het redelijk zijn geweest als zij Zijn raad vriendelijk aan zouden horen, maar die vervolgens negeren met een of ander smoesje over de slechte toestand van de netten. Dat deden ze niet. Petrus antwoordde:

Meester, de gehele nacht door hebben wij hard gewerkt en niets gevangen, maar op uw woord zal ik de netten uitzetten (Luc. 5:5).

Hij nam de Here Jezus op Zijn woord in deze zaak en hij handelde daarnaar. Zijn geloof werd daarmee volmaakt door zijn werken.
In de Bijbel wordt ons gezegd dat het ‘zonder geloof onmogelijk is (Hem) welgevallig te zijn’ (Hebr. 11:6). Geen enkele daad zal Hem tevreden stellen als het geen geloofsdaad is. En aangezien ‘geloof door het horen’ komt en het horen ‘door het woord van God’ moet komen (Rom. 10:17), moeten we ons wenden tot het Woord als nooit tevoren als we het geloof dat Hem verheerlijkt en Hem welgevallig is, willen bezitten.

Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina