Stichting Lachai-Roï

De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

82 - 
Mensen die beweren gelovigen te zijn in en dienaren te zijn van de Here Jezus Christus moeten toegeven dat het gevaar altijd bestaat om toe te geven aan de invloeden die ons omringen en om het vaandel van ons getuigenis en ons discipelschap te strijken om zich neer te leggen bij de huidige omstandigheden.

‘Vasthouden aan het betrouwbare woord’ (Tit. 1:9) en ‘vasthouden aan het woord des levens’ (Fil. 2:16) zouden de voornaamste drijfveren in ons leven moeten zijn. Dat is wat God van ons verwacht. Er zijn echter veel te veel mensen die geloven dat hiermee bedoeld wordt dat we mensen erop moeten aanspreken als ze afgelopen zondag de samenkomst gemist hebben, als ze niet bij het organiseren van de kerkelijke picknick, of op de koorrepetitie zijn geweest.

In de tegenwoordige tijd worden velen die beweren de Heer te dienen vooral verontrust en bewogen door het gedrag van de heersers van deze aarde en de daden van zondaren die daarop leven. Daardoor worden ze gemakkelijk betrokken in pogingen om de dingen in deze wereld recht te zetten. Zij beginnen ermee hun smeekbeden niet meer tot God te richten en eindigen ermee petities in te dienen bij de Tweede Kamer. Het gevolg is gewoonlijk dat de zorgen en angsten van deze wereld het Woord verstikken en vruchteloos maken (Matt. 13:22).

Er zijn mensen die ons willen laten geloven dat christenen door God bestemd zijn als Zijn agenten om sociale gerechtigheid, maatschappelijke rechtvaardigheid en een algemene verbetering van de wereld voor de mensen te brengen. Dat is niet waar. Zulke dingen kunnen de plichten van mensen zijn omdat het nu eenmaal mensen zijn en daarmee integraal deel uitmaken van een grote broederschap, maar het is geen specifieke taak voor een mens omdat hij een volgeling van Jezus Christus is. De Here Jezus bemoeide Zich nooit met campagnes die een beter leven tot doel hadden. Hij negeerde het Romeinse imperialisme en kolonialisme, de Romeinse onderwerping en slavernij en de Romeinse onrechtvaardige belastingen volkomen. Zijn tegenstanders probeerden Hem daarin te betrekken, maar dat weigerde Hij. Hij verbond Zijn evangelie van het koninkrijk Gods niet aan een of andere sociale aangelegenheid.

Als er in de afgelopen jaren iets duidelijk is geworden, is het wel dat sociale en politieke veranderingen het karakter van mensen niet veranderen. De egoïst blijft egoïst, de veeleisende zal steeds meer eisen, de meedogenloze blijft onbevredigd. Vaak brengen de sociale veranderingen deze mensen in een veel betere positie om toe te geven aan hun eigen belangen.

We kunnen niet anders dan instemmen met mensen die ons vertellen dat het lot van ons land op het spel staat. Er zijn grote krachten aan het werk om van dit land een goddeloze en immorele staat te maken. Overal zijn er mensen die juist de waarden die dit land groot hebben gemaakt, proberen te vernietigen. Maar toch is wat de gelovige en volgeling van Christus zou moeten motiveren en aansporen niet het lot van ons land maar de zaak van God. We worden hieraan herinnerd als we de vermaning overdenken: ‘laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het Koninkrijk Gods’ (Luc. 9:60).


Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina