De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-RoÔ

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

60 - 
Er staat een gedeelte in het Nieuwe Testament, een goddelijke herhaling van een profetie van Jesaja, dat voor mij een van de meest belangrijke openbaringen in de Bijbel is. Het is een gedeelte dat maar weinig erkenning vindt, waarover zelden wordt gediscussieerd en dat gewoonlijk door commentatoren wordt genegeerd. Er wordt een deel van Gods nog te vervullen profetisch programma in duidelijk gemaakt. Het gaat om MattheŁs 12:17 21.

De aanleiding voor deze uitspraak is de genezing van iemands verschrompelde hand door onze Heer. Dat werd gedaan onder zodanige omstandigheden, dat het voor de FarizeeŽn aanleiding gaf om in een officiŽle zitting bijeen te komen en na te denken over de vraag hoe Hij zou kunnen worden gedood. Onze Heer wist dat als zij hun plannen zouden doorzetten, dat zou resulteren in een openlijke strijd waarin sommige van Zijn vijanden waarschijnlijk hun leven zouden verliezen. Hij zou niet toestaan dat Hij Zelf ook maar een moment eerder zou sterven dan aan het kruis, maar Hij wilde geen conflict op die weg en daarom trok Hij Zich terug. Massaís mensen volgden Hem en Hij genas allen (Matt. 12:15), maar Hij verbood hen iemand te vertellen waar Hij was.

Zoals eerder gezegd, wilde Hij geen confrontatie met de FarizeeŽn waardoor Hij gedwongen zou kunnen worden het leven van sommige van Zijn vijanden te beŽindigen. Hij wilde dat de woorden van Jesaja in vervulling zouden gaan, toen hij zei:

Zie, mijn knecht, die Ik verkoren heb, mijn geliefde, in wie mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal mijn Geest op Hem leggen en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen. Hij zal niet twisten of schreeuwen, en niemand zal op de pleinen zijn stem horen. Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de walmende vlaspit zal Hij niet uitdoven, voordat Hij het oordeel tot overwinning heeft gebracht. En op zijn naam zullen de heidenen hopen (Matt. 12:18 21).

Let goed op wat hier wordt gedaan. Jezus Christus zal de volken het oordeel verkondigen. Oordeel is een artikel waaraan alle volken in deze tijd gebrek hebben. Er is een wereldschaarste aan dit waardevolle bezit. Er is tegenwoordig geen volk dat weet wat het moet doen of wat recht is. Dat zal allemaal veranderen als God Zijn oordelen uit de hemel doet horen. Dan zullen de volken van deze aarde vervuld zijn van eerbiedige erkenning van de macht en majesteit van God.

Oordeel is geen straf. De oordelen van rechtbanken kunnen in elke juridische bibliotheek worden gelezen. Zij leiden en reglementeren het Nederlandse volk. De oordelen of vonnissen van God zullen nog bekendgemaakt worden aan de natiŽn. Als Hij dat doet, zal dat zijn omdat Hij de heerschappij heeft overgenomen, omdat Hij Koning is geworden van alle natiŽn.

Als dat gebeurt, zijn er geen ruzies, geen conflicten meer op straat, geen geschreeuw en geroep. Niemand raakt in dat proces gewond, althans niet voordat Hij de volledige overwinning heeft behaald door het uitzenden van Zijn oordelen. En de climax van alles is dat we zien dat natiŽn hun vertrouwen op Hem stellen. Dat is allemaal geheel anders dan het deel van de profetie dat in I Thessalonicenzen 4:16 17 wordt behandeld. De gebeurtenissen in MattheŁs zijn de inleiding tot het koninkrijk van God. Die in Thessalonicenzen leiden de persoonlijke aanwezigheid van Jezus Christus in.


Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina