De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-Roï

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

52 - 
De Bijbel spreekt veel over God Die zal opstaan. Zo veel, dat het een van de werkelijk belangrijke onderwerpen van Gods Woord is, een onderwerp dat het waard is om na te zoeken en te omhelzen als een van de hoofdpunten van goddelijke openbaring.

Het woord opstaan zoals het hier gebruikt wordt, betekent in actie komen, in werking komen. Hiermee wordt niet bedoeld dat God ooit passief of niet aan het werk zou zijn. In de huidige tijd is Hij actief genadig, altijd liefde tonend aan hen die dat niet verdienen. Dat zal echter veranderen en er wordt ons gezegd: ‘Hij, die opstaat, om over de heidenen te regeren; op Hem zullen de heidenen hopen’ (Rom. 15:12). Het ‘opstaan’ waarvan we spreken vindt plaats wanneer Hij de heerschappij zal overnemen en Heerser zal worden over alle natiën op aarde.

In Jesaja 3:13 lezen we: ‘de HERE maakt zich gereed om zijn rechtsgeding te voeren en Hij staat klaar om volken te richten.’ Het woord ‘richten’ hiet duidt op alle overheidsfuncties en ‘rechtsgeding voeren’ duidt op een opsomming van alle ter zake dienende feiten. Als we dit bezien in het licht van Ezechiël 20:33,35 wordt duidelijk dat het opstaan van de Heer te maken heeft met Zijn overname van de heerschappij en het begin van Zijn regering. De tijd zal komen waarin mensen de Here God Almachtig zullen danken omdat Hij Zijn grote macht heeft opgenomen en het koningschap heeft aanvaard (Openb. 11:17).

In Psalm 12:9 wordt ons gezegd: ‘de goddelozen draven rond, terwijl snoodheid bij de mensenkinderen het hoofd opsteekt.’ Dat is een toestand die we tegenwoordig overal om ons heen zien. De meest slechte mensen worden vereerd en de slechte mensen lopen trots rond omdat hun soort de belangrijkste plaats inneemt. Dat zal niet altijd zo blijven. God heeft in Jesaja 33:10 verklaard: ‘nu zal Ik opstaan, zegt de HERE; nu zal Ik Mij verheffen, nu Mij oprichten.’ Als Hij dat doet, kunnen we onder de natiën verkondigen dat de Heer regeert (Ps. 93:1; 96:10; 97:1) en elke zegen die door de Psalmist wordt aangeduid als het gevolg van Zijn heerschappij zal voor onze ogen zichtbaar zijn.

Is het niet verwonderlijk dat de meest hartstochtelijke gebeden in de Psalmen te maken hebben met het opstaan van God? Let er eens op hoe ter zake doend deze zijn, ook in onze tijd:

Sta op, HERE, laat de sterveling niet zegepralen, laat de volken voor uw aanschijn gericht worden. Jaag hun schrik aan, HERE, zodat de volken erkennen, dat zij stervelingen zijn (Ps. 9:20,21);
Sta op, HERE! o God, hef uw hand op, vergeet de ellendigen niet (Ps. 10:12);
Sta toch op, o God! Voer toch uw rechtsgeding. Gedenk de smaad die de dwazen U de ganse dag aandoen. Vergeet het geschreeuw van uw tegenstanders niet, het getier van wie tegen U opstaan, dat bestendig omhoog stijgt (Ps. 74:22,23);
Sta op, o God, richt de aarde, want Gij bezit alle volken (Ps. 82:8).


Dat zijn smeekbeden die wij dagelijks zouden moeten uitspreken.

Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina