De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-Roï

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

74 - 
In Genesis 2:7 wordt ons gezegd dat de Here God de mens van stof uit de aardbodem heeft geformeerd, vervolgens de levensadem in zijn neus heeft geblazen en het gevolg was dat de mens een levende ziel werd. De verklaring dat de mens een ziel is, blijkt dus een Bijbelse opvatting te zijn, terwijl de gedachte dat de mens een ziel heeft, een platonische filosofie is. Veel mensen proberen vast te houden aan de dwaze gedachte dat de mens een lichaam heeft, dat hij een ziel heeft en dat hij een geest heeft. Maar als we vragen wat of wie deze mens dan precies is, die al deze geweldige dingen bezit, beginnen ze te draaien en proberen ze te zeggen dat hij een wezen is dat uit deze drie dingen is samengesteld.

Het Woord van God openbaart dat wij in de eerste plaats en vooral mensen zijn, leden van het menselijk ras. God heeft een mens geschapen en niet een lichaam, of een geest. Hij heeft een mens gemaakt van stof uit de aarde. Een duidelijker openbaring dan deze bestaat er niet. Ondanks het alledaagse en bescheiden materiaal dat Hij heeft gebruikt, heeft Hij echter een fantastisch schepsel gemaakt met vele facetten.

Aangezien hij uit gestructureerd materiaal is samengesteld, is de mens een lichaam. Hij heeft niet een lichaam, hij is een lichaam. De mens heeft een vorm, dimensies en structuur, die alle nodig zijn voordat er sprake kan zijn van een lichaam.

Wat zijn zintuigen en activiteiten betreft, is de mens een ziel. Toen God datgene deed waardoor de mens een levende ziel werd, werd hij een wezen dat kon zien, ruiken, horen, voelen, proeven en zich voortbewegen. Planten kunnen geen zielen worden genoemd, aangezien zij op één plaats geworteld moeten staan. Dieren kunnen en worden ook ‘zielen’ genoemd in de Schrift. Het Hebreeuwse woord nephesh is in het boek Genesis al viermaal, voordat het is gebruikt voor een mens, toegepast op dierlijk leven.

Wat het vermogen van de mens betreft om logisch te denken en om te geloven, kan hij worden omschreven als een geest. Hiermee wordt niet bedoeld dat hij een geestelijk wezen is en ook niet dat de mens de levensadem bezit, die ook geest wordt genoemd. De mens is een menselijk wezen en geen geestelijk wezen.

Wanneer de termen geest, ziel en lichaam worden gebruikt voor een mens, zijn ze zeer veelzeggend. Zij zijn nodig om de verschillende aspecten van een mens correct te kunnen verklaren. God spreekt over mensen en de mens spreekt over zichzelf als een lichaam, ziel of geest. De stijlfiguren die gewoonlijk gebruikt wordt om deze ideeën tot uitdrukking te brengen zijn ‘mijn lichaam,’’mijn ziel,’of ‘mijn geest.’ Dat wordt door velen gezien als bewijs dat dit entiteiten zijn die gezamenlijk de hele mens vormen. Als een mens evenwel spreekt over ‘mijn kracht,’ of ‘mijn verstand’ denken ze niet dat hij spreekt over iets dat in werkelijkheid deel van hemzelf uitmaakt.


Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina