De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-Roï

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

39 - 
In deze tijd is de Bijbelse waarheid aangaande de doop zo verdraaid en onder fouten bedolven, dat het moeilijk is een eenvoudig antwoord te geven op de vraag die in de titel gesteld is. In het huidige gebruik van de uitdrukking, wordt de doop beschouwd als een religieuze ceremonie waarbij het gebruik van water betrokken is, door kerken vereist van hen die lid willen worden. Met het oog hierop moet eens en voor altijd uitgesproken worden dat een dergelijke ceremonie nergens door Jezus Christus is geëist van een zondaar die verlossing zoekt.
Mensen die de Bijbelse waarheid over de doop zoeken, moeten een duidelijk en scherp onderscheid maken tussen het ritueel, dat doop genoemd wordt en de werkelijkheid waarvoor dezelfde naam gebruikt is. De mens maakt zich schuldig aan het leggen van een veel te sterk accent op een ‘gedaante van godzaligheid’ (II Tim. 3:5, St.Vert.) als hij het ritueel ziet staan op vrijwel elke plaats waar dit woord wordt gevonden, tenzij het in de tekst glashelder is dat het waterritueel wordt bedoeld.
De werkelijkheid van de doop kan het beste worden begrepen als we de geschiedenis van het Griekse woord nazoeken waarvan het Nederlandse woord ‘doop’ een vertaling is. De oorspronkelijke betekenis van het woord is ‘dompelen’ maar dit woord is verder ontwikkeld in de loop der tijd en raakte verbonden aan het ambacht van het verven van wol, katoen en andere weefsels. Wanneer de textielverver voor het vat stond met het materiaal dat geverfd moest worden, moest hij goed weten wat hij deed. Als het materiaal eenmaal aan het vat werd toevertrouwd, was de handeling onomkeerbaar. Er vond een eenwording plaats tussen het materiaal en de verfstof, die niet meer ongedaan kon worden gemaakt. Het materiaal werd zodanig geïdentificeerd met de verfstof, dat er vaak een nieuwe naam aan werd gegeven. ‘Wol’ werd op die manier, en het kreeg ook die naam, ‘purper’ als het eenmaal was ondergedompeld in de zeer gezochte Thyatiraanse verfstof. Zie Handelingen 16:14, ook Exodus 26:1.
Als we de gedachten samenvoegen die liggen besloten in de woorden toevertrouwen, eenworden en identificeren, zijn we heel dicht bij de betekenis van het woord doop, op plaatsen waar in de Schrift de werkelijkheid naar voren wordt gebracht. In gedeelten als Marcus 16:16, waar gezegd wordt: ‘wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden’ is het waterritueel dus niet in beeld. De vereiste is hier een toevertrouwen aan Christus en een identificatie met Hem in een relatie die neerkomt op een eenwording. Dat geldt ook voor Handelingen 2:38 waar Petrus verkondigde: ‘bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen.’
Veel te veel mensen zijn gedoopt (het ritueel) die in het geheel niet gedoopt (de werkelijkheid) zijn. Onze volgende boodschap zal gaan over DE WERKELIJKHEID VAN DE DOOP.

Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina