De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-Roď

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

15 - 
Het Hebreeuwse woord voor hemel (shamayim) vinden we 419 maal in het Oude Testament. Het Griekse woord voor hemel (ouranos) komt 284 maal voor in het Nieuwe. Elk gedeelte waarin deze woorden zijn gebruikt, kan door een student met behulp van een concordantie worden onderzocht, waarbij hij aandacht dient te besteden aan alles wat daarover wordt gezegd, zodat hij de hele waarheid verzamelt die over de hemel in het Woord van God wordt gevonden. Als hij dat doet, zal hij ontdekken dat de populaire gedachte dat de hemel het toekomstige thuis voor Gods volk is, niet aan de Bijbel is ontleend. Dit populaire geloof wordt in geen enkele tekst uitgesproken waarin het woord hemel voorkomt.
Is het niet heel erg vreemd dat een leerstelling die zo hartstochtelijk wordt gekoesterd door zowel de wereld als de kerk, zo volledig verstoken is van elke steun in de Schrift? Je zou denken dat het een eenvoudige zaak moet zijn voor de voorstanders van deze gedachte om elk debat in te gaan met honderden duidelijke teksten waarin onweerlegbaar wordt verklaard dat de hemel ons toekomstig huis is. Maar deze lering kan niet in de Bijbel worden gevonden. Hij wordt wel vaak genoemd in de laatste zinnen van een geestelijk lied, maar dat is gebaseerd op enkele onduidelijke gedeelten in de Schrift en het wordt in het Boek van God niet geleerd.
De belofte van God luidt: ‘die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten’ (Ps. 37:9, St.Vert.). De zinsnede ‘erfelijk bezitten’ betekent een plaats hebben in en deelhebben aan. Vervolgens wordt beloofd: ‘de zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede’ (Ps. 37:11, St.Vert.). Een nog krachtiger uitspraak vinden we in Psalm 37:22, waar verklaard wordt dat ‘Zijn gezegenden de aarde erfelijk zullen bezitten.’
Als het Oude Testament zorgvuldig wordt onderzocht, zal er niets gevonden worden dat op welke manier dan ook deze uitspraken tegenspreekt. Toen de Here Jezus Christus op aarde verscheen, bevestigde Hij deze beloften met de woorden: ‘zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven’ (Matt. 5:5). Er zijn nergens anders in de Bijbel uitspraken te vinden die de plaats innemen van deze woorden van David en de Here Jezus, of die ze veranderen. Als er een tegengestelde bewering wordt verzonnen, laat men de Bijbel daarmee zichzelf tegenspreken.
De mensen die ‘wachten op de Heer,’ zijn mensen die doen wat zij verondersteld worden te doen. Dat is de belangrijkste eigenschap van een goede wachter. De ‘zachtmoedigen’ zijn de mensen die onderdanig zijn. Het betekent niet dat zij door mensen over zich heen laten lopen, maar zij accepteren het wel als God dat doet. Aangezien wij veronderstellen ‘Zijn gezegenden’ te zijn, hebben we Zijn woord dat we een plaats en een aandeel hebben op aarde; niet de aarde zoals zij in deze tijd is, maar de aarde als deze verlost, vernieuwd en hersteld is door God.

Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina