De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-Roï

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

43 - 
Als uw hart en gemoed bedrukt zijn door het morele verval dat we in deze tijd overal om ons heen zien en u verlangt naar iets concreets in het Woord van God dat u rust en kracht kan geven, raad ik u aan u de waarheid van de vierenzestigste Psalm eigen te maken en te verwerken. U zult daarin een levendige beschrijving vinden van de huidige omstandigheden. Maar bovenal zult u een uitspraak vinden over wat God daaraan gaat doen. Open uw Bijbel en leg die voor u neer als u deze korte aantekeningen leest.
De Psalmist bidt dat zijn leven behoed mag worden voor de verschrikking van de vijand. We zouden dit voorbeeld moeten volgen en God moeten smeken om deze zegening die zo noodzakelijk is als we een zekere mate van geruststelling willen ervaren in deze zware tijden. Hij vraagt ook om verborgen te worden voor het geheime overleg van de boosdoeners die vastbesloten zijn iedereen net zo verachtelijk immoreel en verdorven te maken als zij zelf zijn. Hij vraagt verborgen te blijven ‘voor het woelen van de bedrijvers van ongerechtigheid.’ Dat is een zeer verhelderende uitspraak, waarmee exact beschreven wordt wat wij tegenwoordig op aarde waarnemen.
In het volgende gedeelte, de verzen 4 en 5, spreekt hij over de lasteraars, zij die er een gewoonte van maken te lasteren en valse beschuldigingen te uiten. Dat is een verschijnsel van het kwaad, waarvan wij verwachten dat het prominent aanwezig zal zijn in de laatste dagen van de huidige bedeling van Gods genade, zoals we zien in de woorden ‘kwaadsprekers’ en ‘lasteraars’ in II Timotheüs 3:2,3.
Vervolgens wordt gewezen op mensen die ‘zich verstouten tot een boos stuk,’ een gebruikelijke gang van zaken in onze dagen, zoals we zien in de geschriften van hen die zelfs de ernstigste vormen van verachtelijkheid en ongerechtigheid recht willen praten en als betamelijk voorstellen. Dan spreekt hij over mensen die ‘zinnen op euveldaden,’ die zeer ijverig op zoek zijn naar mogelijkheden om bevrediging te vinden in deelname aan orgieën van de zonde.
Daarna vertelt de Psalmist ons wat God hieraan gaat doen en hij geeft ons een belofte die minstens zo belangrijk is als welke andere belofte in het Woord van God dan ook.
Maar plotseling treft God hen met een pijl; daar zijn nu hun wonden (Ps. 64:8).
Deze pijl is Gods pijl van de waarheid. Die zal bekendmaken wie God is en wat God is. Zijn houding ten aanzien van alle ongerechtigheid zal ermee worden geopenbaard. Dit hangt samen met de belofte dat ‘de heerlijkheid des HEREN zich zal openbaren, en al het levende tezamen zal dit zien’ (Jes. 40:5). Dat is in overeenstemming met II Timotheüs 3:9, waar verklaard wordt dat verdorven mensen het ‘niet veel verder brengen.’
De gevolgen van deze goddelijke acties worden uiteengezet. Van de lippen van de werkers der ongerechtigheid zal een stortvloed van zelfbeschuldiging komen. Alle mensen op aarde zullen versteld staan en erkennen Gods majesteit. Zij zullen vanzelfsprekend nadenken over het werk dat Hij heeft gedaan. De rechtvaardige zal blij zijn in de Heer en hij zal op Hem vertrouwen; en alle oprechten van hart zullen zich beroemen.
Dat is onze hoop. Dat is onze ‘zalige hoop.’ Het zal ook uw hoop zijn als u de boodschap van deze Psalm in uw gedachten opneemt.

Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina